Ready, set, go!

Maandag! We moeten weer. De wekker gaat, opstaan, tanden poetsen, ontbijt naar binnen gooien, haasten naar de bus of tram of op de fiets, geen minuut te laat inklokken en hup, weer aan de slag.

Er zijn goede redenen dat Garfield een hekel heeft aan maandagen en de race die eruit voortkomt. De week staat in de wieg. De dagen zijn lang. Het werk put je uit, ‘s avonds ben je lusteloos en het weekend laat nog langer op zich wachten dan het vertrek van Geert Wilders uit de politiek.

De naoorlogse generatie is gevoed met het idee van ‘nu hard werken voor later’ als ganzen voor de foie gras. Het resultaat is vaak hetzelfde als bij genoemde ganzen: dat ‘later’ komt nooit en zodra de Hallmark-kaarten in de bus vallen die je feliciteren met het behalen van de pensioengerechtigde leeftijd voel jij je bedrogen. En dat ben je. Je hebt alles al gegeven en nu je de vitaliteit mist mag je lekker genieten van je oude dag. Via een spionnetje het leven op straat bespieden en wensen dat je het vroeger anders had aangepakt.

Alle Happinez-achtige tijdschriften ten spijt ontkomen we niet aan het feit dat we leven in de dictatuur van de 40-urige werkweek. Onze tijd is netjes ingedeeld om ons net tevreden te houden. Altijd op jacht naar rust maar zodra we die hebben zijn we te moe om er werkelijk van te genieten en minder werken zit er niet in. Mensen die net boven modaal verdienen zijn bang hun comfort te verliezen en met een minimumloon is het de eindjes aan elkaar knopen en alles bij elkaar schrapen alleen al om onderdak en eten te kunnen betalen. Vooral in de grote steden.

Dan mogen we in Nederland nog van geluk spreken. Werknemers hier zijn mondiger en komen makkelijk op voor zichzelf en we hebben wetten die ons gedeeltelijk beschermen. Vergelijk het met een land als Japan waar de sociale druk zo hoog ligt dat de angst om te falen mensen drijft tot het uiterste. Japan (En Zuid-Korea helaas ook) kent een term voor ‘dood door overwerking’: karōshi.

Dat deze economie (en de staat daarvan) ons dwingt om kalm te blijven en hierover niets te zeggen frustreert nog het meest. Hoe vaak heb jij in de afgelopen jaren te horen gekregen dat je blij moet zijn dat je nog een baantje hebt? Hoeveel sollicitaties hebben de werklozen onder ons achter de rug voordat ze, op hun knieën smekend, op een plek werden aangenomen waar ze nog niet dood gevonden wilden worden (verdomde McDonalds)? Hoe vaak heb je op je tong gebeten bij je baas uit angst om dit kutbaantje te verliezen. Of erger nog: uit angst om weer op zoek te moeten naar het volgende kutbaantje.

Misschien dat ik het volgende meer zeg tegen mijzelf dan tegen wie dan ook maar: bijt nog iets langer. Verwacht niet geluk te vinden in een baantje. Baantjes zijn klusjes waar je voor betaald krijgt omdat niemand ze anders wil doen. Zie waar de ketenen hangen en maak jezelf vrij. Het is niet makkelijk en een ommezwaai maak je niet in een dag maar als we allemaal onszelf stap voor stap bevrijden van deze moderne slavernij dan weet ik één ding zeker: wij kunnen een wereld scheppen waarin het geluk van elk mens voorop staat.

En in de tussentijd is er maar één manier om de absurde realiteit onder ogen te komen. Met onvoorwaardelijke humor.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s