Wat deden we gisteren ook alweer?

“Een acht.”

Een stilte van een paar seconden. “Nee, man. Een zes. En dan ben ik vrijgevig.”

“Een zes?” Hij kijkt nog eens goed. “Ja, het steekt toch een beetje uit hè?”

“Niet helemaal mijn ding.”

“Je hebt gelijk.” Psshht. Schuim springt uit het blikje bier en hij zet zijn lippen snel aan de koude aluminium rand om geen slok te verliezen. “Het is sowieso niet veel soeps vandaag.”

“Nee, het zet echt geen zoden aan de dijk.”

“Meer mannen op straat ook.”

“Een waar piemelfestijn.”

Aan de gracht, een paar meter verderop, hijst een voluptueus Indiaas wijf zich op een fiets die op slot staat aan de railing. Het is niet haar fiets. Ze legt een mollige arm met wapperende triceps achter haar dikke bruine haar, tilt één van haar benen die uitsteken onder een felrode rok en beetje op en rust haar voet op de trapper. Haar man, gestreepte polo en khaki broek, maakt in alle rust een foto.

Misschien verteld ze thuis wel dat het roestige, bruine barrel met versleten fietstassen van haar was. Dat ze het mocht lenen van een aardige Amsterdammer. Omdat hij haar zo mooi vond. En zodat ze mooie foto’s van zichzelf kon laten maken leunend over het stuur, turend over de grachten.

“Even kijken hoor.” Weer een paar seconden stilte. “Nee, deze vind ik toch te mager.”

“Inderdaad. Veel te plat.”

“Vandaag heb ik nog steeds niet de perfecte bil gezien.”

“Het is om te janken.” Hij steekt een sigaret op. De zoveelste van vandaag. Zijn keel doet pijn en hij hoest ballen fluim op maar het deert hem weinig. Sommige dingen doen je nu eenmaal pijn maar je zult ze volhouden tot de dood.

“Toch even omkijken, hè?” Vanaf de overkant van de straat klinkt een stem die lichter is dan het lijf dat hem draagt.

“We zijn cijfers aan het geven.”

“Over het algemeen luidt het rapportcijfer: ‘laat te wensen over.'”

“Ik houd toch meer van substantie.” Klinkt het van de overkant.

“Breed of rond?”

“Of maak je niet veel onderscheid?”

De overkant neemt een laatste hap en gooit het restje weg in een prullenbak buiten het zicht. “Nee, man. Als het maar veel is.”

“Dat zijn nou niet bepaald fatsoenlijke criteria.”

De overkant lacht. “Ik heb ook wel eens iets mee naar huis genomen waar ik later spijt van had.”

“Oh ja?”

“Een Belgse.” De overkant lacht licht onschuldig. “Maar het leuke was dat we allemaal even konden, snap je?”

Er valt een stilte.

“En dat daar?” Vraagt de overkant.

“Oh, shit.” Het bier is hij vergeten.

“Ja, dat is toch wel een negen.” Hij neemt een trek van zijn sigaret en hoest een fluimbal op. “Dat maakt de dag wel goed.”

“Niet helemaal mijn ding, maar dat laat ik jullie over.” De overkant steekt een duim in de lucht.

“Thanks, man.” Zijn sigaret is bijna opgebrand. “Toch een goed einde aan de dag.”

“Op het moment zelf durf je het niet aan te kijken.” De overkant lacht weer zijn tanden bloot. Een glimlach die je makkelijk vergeeft. “Maar later denk je toch van; jaaaa.”

“Ik zou er toch geen kunstje op kunnen, denk ik.” Hij neemt een laatste slok van zijn bier.

“Zullen we maar gaan dan?” De gloeikop van zijn sigaret komt tot aan de filter. Dan schiet hij het gloeiende peukje tussen zijn vingers weg. Het stuitert van een straattegel en landt in het gootje midden in de straat.”

“Fijne avond, jongens!” Roept de overkant.

Ze zetten de krukken binnen en sleuren de bijna dode plant in zijn stenen plantenbak moeizaam naar binnen. Alle lichten uit. Alarm erop. Deuren op slot. Toch een goed einde aan de dag.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s